Slider Image
Werk 24-10-2016

Zo hoort dat!

Afgelopen juni ben ik begonnen op mijn huidige werkplek.

Waar ik eerst werkte met mensen met een zeer ernstige verstandelijke beperking ( het verstandelijk vermogen van deze mensen is vergelijkbaar met het verstandelijk vermogen van baby’s in de leeftijd van 6 tot 18 maanden) werk ik nu met mensen met een ernstig verstandelijke beperking (vergelijkbaar met kinderen tussen de 18 en 36 maanden). In de praktijk is dit best een groot verschil.


Mensen met een zeer ernstige verstandelijk beperking hebben geen weet van zich zelf, laat staan van anderen. Wanneer ze je niet zien, besta je niet. Wat ze kennen is door herhaling aangeleerd. Het is soms moeilijk te bevatten, maar kinderen met een normaal IQ leren en groeien. Mijn cliënten worden wel ouder, maar blijven verstandelijk de zelfde. Wat ze ‘weten’ komt door herhaling, na jaren binnen de ‘muren’ van een instelling gewoond te hebben, kennen ze het ritme van de dag, weten ze dat ze bij het zien van een beker iets te drinken krijgen. Wat dat drinken dan is, blijft een vraag. Net als bij het aantrekken van een jas ze aangeleerd hebben dat ze dan naar buiten gaan, maar wat er dan volgt is niet duidelijk: ‘gaan we wandelen? Naar de dagbesteding?’ enz. enz.


De cliënten waar ik nu mee werk, begrijpen en weten meer, ze kunnen tellen, weten dat ze op de doordeweekse dagen naar hun werk gaan en in het weekend vrij zijn. Ze weten ook dat ik in een ander huis woon, soms vrije dagen heb. Ik ben voor hen niet weg, weg, maar heb vrij. Ik blijf bestaan in hun verstand.


Het lijkt alsof beide groepen hun eigen, niet op elkaar lijkende ‘problemen’ hebben. Toch blijkt in de praktijk dat de problemen niet zo heel verschillend zijn. Een cliënt met een zeer ernstige verstandelijke beperking mist de mogelijkheid tot praten, dus wanneer deze hoofdpijn heeft bestaat de kans dat er met het hoofd tegen de muur gebonkt wordt. Een cliënt die wel kan praten, kan dan wel aangeven dat het hoofdpijn heeft, maar mist soms de juiste woorden om een bepaalde nuance aan te geven in gevoel/ emotie. Het gevolg is dan niet zo snel bonken met het hoofd tegen de muur, maar eerder de begeleiding slaan of schoppen.
In beide gevallen is het de kunst voor begeleiding om uit te zoeken wat de achterliggende oorzaak van het gedrag is.


Juist omdat ik tot nu toe de meeste tijd van mijn carrière gewerkt heb met mensen met een zeer ernstige verstandelijke beperking en daar dus de meeste kennis van heb, is de huidige doelgroep een grote uitdaging voor mij. Wie zijn ze, wat kunnen ze aan, wat hebben ze nodig van mij als begeleiding. Hoe biedt ik ze veiligheid, nabijheid en dus de gelegenheid om een zo prettig mogelijk leven te leiden? Maar ze brengen ook een grote vorm van plezier met zich mee, juist omdat ze praten, situaties op hun eigen manier bekijken.

Zo kwam ik een aantal weken geleden op het werk en zag dat een cliënte naar de kapper was geweest. Dus ik vroeg haar: ‘ben je naar de kapper geweest?’ Haar antwoord was: ‘nee haren zijn geknipt’. Zo’n eenvoudig antwoord maar tegelijkertijd zo vol met humor. Vandaag zat ik met een andere cliënte te lunchen en ondertussen waren we mijn menu lijst voor de komende week aan het maken.

Zij vind het leuk te bedenken wat ik welke dag moet eten. Ze bedenkt dan de groente, het soort vlees, gekookte of gebakken aardappels en het toetje, maar ze kan ook voor spaghetti of nasi kiezen. Terug naar vandaag, we waren ongeveer halverwege de week menulijst toen ze me vroeg of ik spruitjes wilde eten, waarop mijn antwoord was dat ik die heel lekker vond, maar dat mijn man daar niet zo’n fan van was. Ik stelde haar voor dat ik 2 soorten groente zou koken, spruiten voor mij en sperziebonen voor hem.

Maar dat vond ze geen goed idee, mijn man en ik moesten het zelfde eten, zo hoort dat!